rasinformatie van de Australian Shepherd Dog


sluit venster

Australian Shepherd Dog

Geschiedenis

Hoewel de Australian Shepherd het voorvoegsel ' Australian' met zich mee draagt, is het eigenlijk van oorsprong een Amerikaans ras, met in zijn verre voorvaderen de Baskische en Spaanse herdershonden.

Tegen het eind van de 19e eeuw emigreerden de Baskische herders naar AustraliŽ om daar werk te vinden. Zij namen hun 'kleine blauwe honden' met zich mee. Hier begon de Australian Shepherd aan zijn reis. Begin 1900 werden Australische schapen geÔmporteerd in Amerika en samen met deze schapen kwamen de Baskische herders en hun 'little blue dogs'. De Amerikanen, die alleen maar zagen dat deze honden uit AustraliŽ kwamen, doopten de honden om tot Australian Shepherds.

Hoewel er ongetwijfeld in dit stadium nog kruisingen met andere sheepdogs moeten hebben plaatsgevonden, gingen de Australian Shepherd-eigenaren door met fokken van 'true to type', zoals zij al generaties deden.

De eerste officiŽle registratie voor Australian Shepherds in de USA, stamt uit de jaren '50 en vanaf dat jaar zijn er verschillende organisaties die de Australian Shepherd accepteren in hun registers, waarvan als laatste de American Kennel Club het ras in 1991 opnam.


Sociale aanleg

Op voorwaarde dat hij goed gesocialiseerd is, geeft de Australian Shepherd geen problemen in de omgang met soortgenoten en andere huisdieren. Ook met kinderen kunnen ze in de regel goed opschieten, maar ten opzichte van vreemden kan dit ras zich wat terughoudend op stellen.


Karakter

Actief, intelligent.


Opvoeding

Niet moeilijk omdat de hond snel en graag leert. Als hij veroordeeld wordt tot driemaal daags een ommetje, kan hij uitermate vervelend worden in huis.


Beweging

Redelijke hoeveelheid aan beweging.


Trainingen/hondensporten

Buiten een redelijke hoeveelheid beweging heeft dit ras ook behoefte aan 'taken'. In dit opzicht is het verstandig met de hond iets aan behendigheid of fly-ball te gaan doen, maar ook gehoorzaamheidswedstrijden, waar hij hoge ogen kan gooien, zijn geschikt.


Beharing

Middellang, recht of licht gegolfd. Korter op hoofd en op de voorkant van de benen. Langer op achterzijde van de benen. Weersbestendig.


Verzorging

Relatief weinig vachtverzorging. In de ruiperiode verhaart de ondervacht en is een herdersharkje heel nuttig voor het verwijderen van de losse haren.


Bijzonderheden




sluit venster